Ballon in de bucket

De afgelopen twee weken ben ik, als van een glijbaan, van een droomreis door Amerika de Betuwse klei weer ingegleden. De rust op het werk en het mooie weer maken de glijpartij prettig stroef en mijn opspelende frozen shoulder maakt me bewust van de noodzaak om zacht te landen en keuzes te blijven maken voor wat goed voelt en past.

Bij de afronding van de bijzondere reis en het voortschrijden van de zomer naar de herfst past stilstaan bij wat het jaar me tot nu toe heeft gebracht. En dat is veel. Het maakt dat ik, naast de oogst van alle rijkdom, ook stilsta bij wat ik nu nog wil doen. Want ook al is de reis belangrijker dan de bestemming, het is natuurlijk wel stimulerend om te weten welke kant ik ongeveer op wil.

Deze periode sluit nauw bij de tarotkaartlegging die ik afgelopen eindejaarsavond deed. Een kaart voor elke maand. En, toeval of niet, tot nu toe is elke ‘maandvoorspelling’ uitgekomen. Augustus is mijn maand om te sudderen en geduldig te wachten op inspiratie.

Ik hoef niets te doen. Sterker nog, hoe meer ik doe, hoe minder effect het zal hebben. Beter is te vertrouwen op dat wat mij toekomt. Dat is één van de redenen waarom ik geen bucketlist (meer) heb.

Een tijd geleden was dat wel een dingetje. Bijna iedereen die ik kende had zoiets als een bucketlist. Ook ik werd er door aangestoken en begon met zo’n top 100 van dingen die ik gedaan wilde hebben. Maar ja, ik dacht ook altijd: wat als die 100 dingen afgevinkt zijn? Ik kwam dan ook niet verder dan het bedenken van 43 wensen, en inmiddels ben ik het lijstje alweer kwijt.

En toch. Vandaag denk ik er weer aan. Omdat er iets voorvalt wat de kwetsbaarheid van het leven voelbaar maakt. En als ik wandel met Knoet, na het eten, zie ik in de verte drie ballonnen, hoog in de lucht. Op de terugweg is één van die ballonnen wel heel dichtbij. Even denk ik dat ie voor me op het grasveld zal landen. Dan zie ik hem heel laag over ons huis gaan. Het zal toch niet dat ie in de tuinen … ?

Ik hol onze buurstraat door, naar het pas gemaaide graanveld. Misschien te stoppelig om te landen. Ganzen vinden dat wel okee, maar mandjes vol gespannen mensen? Ineens zie ik dat er meer buurtgenoten terug van vakantie zijn dan ik eerder dacht. Een landende ballon is nieuws in de buurt en iedereen loopt uit.

De ballon vaart verder, tot achter de bomen. Dan komt de tweede. Iets hoger, maar ook mooier. In alle kleuren van de regenboog, met steeds weer dat zo eigen geluid van de oplaaiende vlam. De ballonvaarders zwaaien en roepen gedag. Wij beneden hebben nog een kans om een zachte landing te zien. Maar ook deze ballon verdwijnt stil achter de bomen.

Ik heb geen bucketlist meer, en er gaat ook geen nieuwe komen. Maar de twee ballonnen voelen wel als inspiratie en als een bestemming. En de reis ernaartoe? Die valt me vast toe.

Een miljoen sterren

De nacht van woensdag op donderdag, drie uur. Mijn wekker gaat. Even later sta ik op het balkon. Het is koud. En helder. En er vallen sterren. Zeggen ze. Mijn ogen moeten wennen. Aan het donker van boven. En aan het felle licht van de straatlantaarn die in de rechteronderhoek van mijn oog een lichtpuntje brandt.

Ik ga op mijn hurken zitten. Op die manier is het licht van de lantaarn verdwenen. Ik mopper in en op mijzelf. Ik had dit beter moeten voorbereiden. Net zoals met de maansverduistering de stoel moeten klaarzetten en een slaapzak. Dan had ik het langer kunnen volhouden.

Ik weet niet zeker of ik ze zie. Ik kan me van andere jaren herinneren dat ze echt helder naar beneden komen suizen. Nu zie ik hele kleintjes, hoog aan de hemel. Denk ik. Ik kruip terug mijn bed in. Mijn werkdag begint over tweeëneenhalf uur inmiddels weer met de wekker.

Donderdagavond, tien uur. Wat een herfstige dag hebben we achter de rug. Ik wil wel sterren zien vallen, maar zet geen wekker. Ze zullen vallen. Achter de wolken en in mijn dromen.

De nacht van vrijdag op zaterdag , drie uur. Ik word spontaan wakker en kijk naar buiten. Een heldere hemel. ‘In de tweede helft van de nacht is het hoogtepunt van de vallende sterren’, zeiden ze. Is drie uur al de tweede helft? Ik zie geen vallende sterren. En besluit de wekker te zetten op vier uur. Da’s zeker de tweede helft.

Want ik wil mijn ziel zacht laten landen. Het is mooi geweest dat ze nog even achterbleef. Maar ik mis haar. Heb haar nodig. Het was een gekke week. Zaterdag vertrokken uit Boston, sta ik zondagochtend nog op het vliegveld in Zürich. Zit ik ‘s middags met manlief in onze eigen -prachtig bloeiende- tuin en kijken we elkaar aan met een blik-van-wat-nu. Hoe geven we die geweldige reiservaringen een plekje in ons bestaan?

Deel van mijn verwerking is snel weer aan het werk gaan. In het ritme komen, terwijl ik vanwege de vakantierust ook de tijd kan nemen om mijn verhalen te vertellen, foto’s te laten zien en de ervaringen te laten indalen. Het gevoel dat een van die vallende sterren mijn ziel thuisbrengt, brengt de sterke wens in mij naar boven om ze daadwerkelijk te zien. En dus staat de wekker midden in de nacht, voor de tweede keer deze week.

Vier uur vanmorgen sta ik weer op het balkon. Ik zie sterren. Veel sterren. Misschien wel een miljoen. Maar geen vallende sterren. Ben ik ongeduldig? ‘Op het hoogtepunt kunnen er wel zeventig per uur vallen’. Dat is toch zeker één per minuut. Ik sta er echt al langer. Drie weken reizen, een net verdwenen jetlag en twee keer wakker in één nacht eisen hun tol. Mijn ogen sputteren tegen. Ik wil slapen.

Ik schuif het gordijn en de balkondeur helemaal open. Zo kan ik vanuit mijn bed een groot deel van de sterrenhemel zien. Zonder het licht van de straatlantaarn. Ik glimlach. Dan vallen mijn ogen dicht. 

Ik schrik. Heb ik geslapen? Dan open ik mijn ogen en precies op dat moment zie ik een ster vallen. Ik glimlach weer. Ik ben terug. En doe een wens:

Eén miljoen sterren

Als er één valt dan heb je

Eén miljoen wensen

Als er één valt
Wat zou ik willen wensen? 
Ik doe een wens voor jou

Ik hoop dat je gelukkig wordt 

Frank Boeijen

Als een vallende ster

De wolken 

Wit en zacht

Drijven als watten

Aan mij voorbij

Het is in hun tempo
Dat mijn ziel
Op reis naar verre oorden
Weer terugkomt bij mij

Zij ging klein en bescheiden
Groeide met elke ervaring
Nu keert zij op haar schreden terug en
Neemt mooie herinneringen mee

Mijn lichaam ging sneller dan zij 
Hoog door de lucht in die ijzeren vogel
Mijn ziel volgt als een engel zo stil
En landt weldra

Of pas over een tijdje

Heel zacht, misschien wel

In deze nacht

Als een vallende ster

Back to the future

Ik ben ook de laatste dag in Amerika voor de zon wakker. Schiet weer in m’n kleren en ga in flinke pas naar buiten. Even in alle rust genieten van een nieuwe dag. Een zonsopgang is altijd bijzonder en toch is het ook waar dat de ene zonsopkomst mooier is dan de andere. Gisteren was hij zo bijzonder. Qua licht, qua vogels, qua schelpen en krabben. Qua rust die ik voel.

Vandaag is er meer onrust, want ik ga weer vliegen. Ik moet zeggen voor wie vliegangst heeft: ga vooral op vakantie naar Amerika, boek ook een paar binnenlandse vluchten en ik beloof je: het went. Vandaag en morgen zal ik voor de zevende en achtste keer in drie weken opstijgen en een paar uur op een kilometer of tien hoogte hangen. En ik zal doen of het de normaalste zaak van de wereld is. Dat ik mijzelf in de weken voorafgaand aan onze reis zo gek heb gemaakt met woeste gedachten en onrustige gevoelens, is gewoonweg knap.

Ik moet eerlijk zeggen: de pilletjes van dokter Vogel, al dan niet placebo, hebben me een handje geholpen. Net zoals de zeer pragmatische app van de stichting Valk. Maar ik weet ook dat ik het bovenal helemaal zelf heb gedaan. Ik heb mijn angst afwisselend in het zand gestoken en recht in de ogen gekeken. Ik heb mijn gevoelens af en toe weggerationaliseerd maar ook alle ruimte gegeven om in de vorm van tranen naar buiten te komen.

Terug naar vanmorgen: na mijn strandwandeling heb ik zitten genieten op het balkon. Het zou vanmiddag slecht weer worden in Boston, met severe thunderstorms, dus ik wilde de zon nog pakken waar ik kon. Ondertussen luisterde ik naar muziek. Ed Sheeran, met zijn liedjes vol melancholie en vervlogen herinneringen.

Het is vast geen toeval dat ik hetzelfde liedje als vanmorgen op het balkon, ‘s middags in de vertrekhal van het vliegveld hoor. Het bezingt de pijn van de liefde en hoe dat ons laat voelen dat we leven. Maar ook hoe liefde ons kan helen, onze ziel kan genezen. Over hoe we de liefde in herinneringen en foto’s gieten, die we verstoppen in onze broekzak.

Wat slaat hij de spijker op zijn kop. Ik heb zo genoten deze reis, ben zelfs in staat te genieten van het eindeloos rondhangen op het vliegveld, als onderdeel van een grotere ervaring, die ik meeneem de rest van mijn leven. En al die ervaringen, opgedaan in het moment en gevangen in mijn blogjes en foto’s. Mijn tranen stromen als vanzelf om wat voorbij is, maar vooral ook om wat ik heb mogen beleven.

Ik ben op weg terug naar huis. Het voelt als back to the future. Ik verlies op deze terugweg de uren die ik op de heenreis inhaalde. Maar bovenal reis ik terug naar daar waar mijn hier en nu en mijn toekomst ligt. Ik kijk vol liefde terug op de reis en wat het me heeft gebracht en neem dat alles mee in de dagen die voor me liggen.

‘Wait for me to come home …’

Full circle

De laatste volle dag in de Verenigde Staten. Wat hebben we een bijzondere reis gemaakt! De afgelopen twee dagen passeren alle ervaringen en gebeurtenissen al de revue. Gisteren in de auto, toen we downtown Boston in de file stonden, en Kleine Zoon alles wat we hadden meegemaakt, nagenoeg zonder ruggensteun wist op te lepelen. Vandaag doe ik het zelf nog eens dunnetjes over.

Na een uitgebreid ontbijt in het restaurant van ons resort vertrekken we naar het strand. Dat wil zeggen dat we zoveel moeten doen als de straat oversteken. Nu zou je kunnen denken dat het moeilijk is als je bedenkt dat deze straat de doorgaande weg naar het schiereilandje is. Niets is minder waar. Amerikanen zijn als de dood om een voetganger aan te rijden. Dus enig aanstalten om over te steken is al genoeg om ze vol op de rem te doen trappen.

We leggen onze hamamdoeken, zo handig want zo licht, tegen de muur van de boulevard aan. Daar ligt bijna niemand en we vragen ons af waarom. Kleine Zoon denkt het antwoord te weten: ‘Daar wordt vast veel tegenaan geplast!’ Later bedenk ik een ander antwoord.

Toen ik vanmorgen op het strand was om van de zonsopgang te genieten, was het wel 100 meter lopen naar eerste golven. Nu komen de golven snel onze kant op. Het wordt vloed. En dat er op ‘ons’ plekje niemand lag, kwam volgens mij enkel en alleen omdat mensen met teveel bravoure en te weinig ervaring met de opkomende vloed op het zand waren gaan liggen.

Het is altijd hilarisch om te zien hoe de eerste badgasten -en dat zijn we zelf tot nu toe gelukkig niet- worden overspoeld door een onverwacht grote golf. Uiteindelijk vindt iedereen die eerst over 50 meter verspreid lag een plekje op een strand van 2 meter. En wie dat niet bevalt, pakt zijn spullen in en vertrekt. Wij houden het lang vol tegen de boulevardmuur (een beetje Nederlander bouwt immers een dijk), maar uiteindelijk overwint de oceaan ons. Als laatsten der Mohicanen vertrekken ook wij naar de boulevard.

Mooie gelegenheid om in onze hotelkamer een dutje te doen, naar muziek te luisteren, de reis te overdenken en Moeder Aarde te danken voor wat ze me de afgelopen weken heeft (bij)gebracht.

Sinds Salt Lake City heb ik bloemen, blaadjes, grashalmen, veertjes, steentjes, schelpen en andere magische symbolen verzameld. Het meeste zal ik later vandaag op het strand achterlaten en aan de oceaan meegeven, maar met ieniemienie stukjes van alles vul ik mijn maanbuideltje en het medicijnbuideltje dat ik kocht bij Jacob Lake Inn. Ik roep op mijn balkonnetje de krachten uit allevier de windrichtingen aan. Ik vraag ze getuige te zijn van mijn dankbaarheid. En ik dank ze dat ze me brachten wat er kwam, die afgelopen drie weken.

Aan het einde van de middag ga ik nog even met Grote en Kleine Zoon naar het strand. Ik probeer ze te verleiden tot een ‘afscheidswals aan de waterlijn’; als dat niet lukt, laat ik mijn oogappels los en doe hetzelfde met de veertjes, de steentjes, de schelpen en de blaadjes …

De drie weken zijn omgevlógen, en in die wervelwind aan ervaringen vond ik, ja, ook angst, boosheid en frustratie, maar bovenal vertrouwen, geluk, plezier, enthousiasme en liefde. Natuurlijk waren ze er al, maar de een was een kleiner vlammetje in mij dan de ander. Morgen vertrek ik uit Amerika met een rugzak (en een zware koffer), terug naar m’n eigen huisje, m’n dieren en al die andere dingen die ik hier zo mis!

In New York sloeg ik, tijdens het shoppen voor Grote Zoon in zo’n hippe winkel, de autobiografie van Cindy Crawford open. Ze schrijft in het laatste hoofstuk, Full circle, over hoe onzeker ze altijd is geweest en hoe alleen het masker ‘Cindy Crawford het model’ met een uur of vier visagie, opgewassen was tegen haar eigen gebrek aan zelfvertrouwen. Op haar zevenenveertigste weet ze wie ze is en heeft ze haar masker niet meer nodig. Toeval bestaat niet. Deze reis naar Amerika was voor mij meer dan alleen een vakantie. Het is ook een een puzzelstuk in mijn Full circle.

The elements of Nantasket Beach

Het is zeven uur in de ochtend en het is verbazingwekkend hoe hoog de zon al staat. En hoeveel drukte al gaande is op het strand vóór mij. Ik zit op m’n balkon, twee hoog. De surfers zijn niet op één hand te tellen (ook niet op twee trouwens), de meeuwen hebben hun ontbijt al op, net zoals een soort van zwaluwwulpjes, de eerste hardlopers staan al te douchen en zijn al opgevolgd door de tweede ronde. Er zitten oude dametjes met dekens en bekers koffie op te warmen en de nodige hondjes worden uitgelaten.

Ik ben blij dat ik de moeite heb genomen om vóór zonsopgang op te staan. In Spanje doe ik dat ook wel vaker en steeds weer geniet ik daar enorm van. Net zoals thuis overigens, al staan daar best wat huizen in de weg voor een adembenemende komst van de zon. Maar hier is het toch even van een andere orde. 

Tussen ons hotel en het brede fijne zandstrand ligt een weg. Eén waar gisteravond best wat verkeer over heen reed. Ik zag mijn ideale avond in dit beachresort een beetje in rook opgaan. Ik zag mijzelf namelijk al helemaal liggen in m’n bed, balkondeur open, airco uit en alleen de zachtklotsende oceaan als romantische achtergrondmuziek. Dat liep even anders.

Niet dat ik last had van het verkeer vannacht hoor. Integendeel. De stroom met auto’s was toch vooral forensenverkeer gebleken en toen het donker was die opgedroogd. Toen dacht ik dat er, zoals dat in Spanje ‘s morgens vroeg gebeurt, het strand werd opgeruimd en gladgetrokken door een tractor. Niets van dat alles. Geen mens of apparaat te zien en een kabaal van jewelste. De oceaan beukte, klotste en raasde als een bulderend boos zeemonster. Zo klonk het in ieder geval. Toen ik naar buiten keek, bleken het slechts lief rollende golven. Wat een herrie!
Maar goed, die herrie zorgde er dus voor dat ik niet alleen voor de zon, maar ook vóór de wekker wakker was. Snel m’n rok, fleecevest en slippers aangeschoten en naar beneden. Met fototoestel natuurlijk. Zo ver ik kon kijken waren er nog maar twee andere zonsopgangloeghebbers. Daar hou ik van, als het zo stil en eenzaam is. 

Het mooie van het strand hier is dat het zand heel fijn is, en het strand zelf heel breed. Na de vloed van vannacht zijn er wat kwelders en lagunes ontstaan. De vogels doen zich er tegoed aan krabben en schelpdieren. Het geeft wonderschone beelden op mijn netvlies en camera. En weer zie ik van die enorme schelpen. In eerste instantie loop ik door na de eerste. Dan bedenk ik me en loop terug. Nú neem ik ze mee, maar ze hoeven niet allemaal mee naar huis. 

Van de uiteindelijke stapel van vandaag neem ik drie grote parelmoeren mosselschelpen mee, de rest leg ik op het boulevardmuurtje. En tussen het vinden en loslaten maak ik er stillevens van. Die zó mooi zijn, dat een zeemeeuw mij nieuwsgierig staat te bekijken. Later zie ik dat zijn nieuwsgierigheid meer praktisch van aard was; als hij de achtergebleven schelpen één voor één vastpakt met zijn snavel om zeker te zijn dat er echt geen voedsel meer in zit.

De stillevens brengen me in hier en nu. Alleen de zon, de zee en het zand zijn mijn gezelschap. De meeuwen de stille toekijkers. De zachte lijnen van de gebrokenwitte schelpen sluiten naadloos aan bij de vloeiende bewegingen van de golven en het het zand. De donkere mosselschelpen laten zien dat alles een keerzijde heeft. Waar lícht is, is donker. En waar zandkorrels de aarde vertegenwoordigen, zijn er achtergebleven veren als symbool voor lucht. Waar het water is, is overduidelijk. En het vuur? Dat brandt zachtjes in mij.

Harvest of good memories

Om kwart over zes lopen we met z’n vieren naar beneden. Wij vertrekken vandaag uit Portland en Frank gaat om half zeven naar zijn werk. We kijken toe met zijn dagelijkse ontbijt- en lunchvoorbereidingsritueel om te ontbijten en nemen nog even kort de afgelopen drie dagen door. Het is bijna niet voor te stellen ook wij volgende week gewoon weer onze werklunchboxjes staan klaar te maken. We nemen twee keer afscheid, één keer binnen en dan nog een keer buiten. Op de een of andere manier maakt dat het gemakkelijker. 

Ik weet nog hoe we de eerste keer afscheid namen, zevenentwintig jaar geleden. Toen hadden we geen idee of en zo ja, wanneer we elkaar ooit weer zouden zien. Tranen met tuiten toen. Inmiddels heb ik vaker afscheid genomen van mensen die me dierbaar zijn en ver weg wonen. Het blijft een tricky moment. De ene keer accepteer ik het als een fact of life, de andere keer overvalt het me vreselijk.

De buurman komt even langs en nodigt ons van harte uit om nog rijpe blackberries in zijn tuin te komen plukken. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. In deze tijd van oogstfeesten is het me niet echt gelukt om te feesten. Wel stond ik er heel klein betje bij stil toen we maandag een versgeoogste bol gebruikten voor de knoflookboter bij de BBQ. Vandaag oogst ik nog een keer. Terwijl ik geniet van de warme zonnestralen op mijn huid en het gezellige geklets van Dawn, de twins en de buurman, haal ik voorzichtig rijpe bramen van de struik. Een in het bakje, een in mijn mond; een in het bakje, een in mijn mmm …

Om elf uur nemen we afscheid van Dawn en de meisjes. Met tranen deze keer. En heerlijk onhandige pubers, die zich afvragen of ze elkaar nu wel of niet zullen knuffelen. Ze gaan voor de eerste optie. We rijden deels over de snelweg en deels over een kustweg richting Boston. Op aanraden van Dawn bezoeken we het plaatsje Ogunquit. Idyllischer krijg je ze niet. Het heerlijke van de New Englandkust is de unieke combinatie van Amerikaanse grootsheid en Engelse kneuterigheid, mediterrane warmte en een koelziltig oceaanbriesje. Het enige nadeel is de beperkte toegang tot een strand. De meeste zijn privé of worden voorafgegaan door dure parkeerplaatsen.

Nog anderhalf uur. Denken we. Het worden er drie. Hadden we kunnen weten. We zijn tijdens eerdere reizen in of bij Boston geweest en het is er altijd beredruk. Deze keer rijden we over de Interstate 93, die dóór het centrum van de stad gaat. Het is wel opvallend hoe verschillend Amerikanen rijden. New Yorkers en Bostonians zijn flink ongeduldiger en heethoofdiger dan desertdrivers en moosejagers.

Om zes uur arriveren we bij onze laatste bestemming: Nantasket Beach Resort. Een kamer mét oceanview. Wauw! De kamer heeft nog een andere feature, één die we nog niet eerder hebben gezien in een hotel: een eigen fireplace! Geen idee wanneer we hem zullen aansteken, want het is rond zeven uur nog steeds tegen de 30 graden, maar het idee is leuk.

Zodra we zijn ingecheckt, lopen we naar het strand. Als een kind zo blij ben ik als Grote Zoon mij wijst op een aantal enorme witte schelpen even verderop. Ik word zó blij van dit soort cadeautjes van de natuur. Manlief vraagt zich af hoe ik ze ga meenemen naar huis. Nou: al moeten ze op schoot … 😀

Ook al zullen we hier nog twee nachten verblijven, voelt het overduidelijk als de afronding van een geweldige reis. Langzaamaan dringt het besef door welke bijzondere dingen we gedaan hebben. En alhoewel er een paar heel heftige ervaringen bij zaten, geniet ik nu al van de oogst van goede herinneringen. Maar eerst ga ik nog, een hele dag lang, genieten van zon, zee en zand …