Kinderen als pijlen, ouders als bogen

Vanmiddag dronk ik thee met een dierbare vriendin. Terugkerend onderwerp in de gesprekken over onze kinderen is het thema ‘loslaten’. De babies van toen zijn nu pubers, dus je snapt het al: dat loslaten is dagelijkse kost. Maar eigenlijk is dat altijd al zo geweest. Het bijzondere vind ik namelijk dat onze visie op loslaten sinds hun geboorte niet fundamenteel gewijzigd is.

En we staan er nog steeds anders, niet beter, maar anders, in. Ieder met eigen voors en tegens; vanaf het moment dat mijn oudste geboren werd en de navelstreng werd doorgeknipt voelde ik heel bewust: dit is de eerste vorm van afscheid nemen, van zelfstandig worden. Dat deed natuurlijk een beetje pijn, maar ik realiseerde mij ook hoe zeer het bij het leven hoort. En zo verging het mij steeds weer: eerste keer kinderdagverblijf, geen borstvoeding meer, naar school, alleen op de fiets naar Nijmegen.

Mijn lieve vriendin daarentegen is wat mij betreft legendarisch om haar uitspraak: ‘Als het op mijn kinderen aankomt ben ik een tijgerin, ik bescherm ze met mijn leven.’ Enne: ‘Zes maanden naar highschool in Amerika als ze achttien zijn? Nee hoor, ik kan ze echt niet zo lang missen.’ Ergens uitspraken om jaloers op te zijn -zij houdt wel heel erg veel van haar kinderen!- ware het niet dat het ook iets óverbeschermends kan hebben. Kinderen moeten, als ze groter worden, nu eenmaal afstand kunnen nemen en dingen uitproberen om zo hun eigen leven op te bouwen. Dat begint al met vallen bij het leren lopen of van de glijbaan glijden. Ze moeten zich ‘bezeren om te leren’. Niet te vaak natuurlijk ;-)… Maar dat wij ze die kans moeten geven, lijkt mij een verrijking van hun opgroeien tot zelfbewuste en verstandige volwassenen.

Bijzonder in dit kader vind ik de tekst die Kahlil Gibran over ‘kinderen’ schreef in De Profeet:

Je kinderen zijn je kinderen niet.
Zij zijn de zonen en dochters van ‘s levens hunkering
naar zichzelf.
Zij komen door je, maar zijn niet van je,
en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.
Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
want zij hebben hun eigen gedachten.
Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
want hun zielen toeven in het huis van morgen,
dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet
hen aan jou gelijk te maken.
Want het leven gaat niet terug,
noch blijft het dralen bij gisteren.
Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen
worden weggeschoten.
De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige,
en hij buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen
snel en ver zullen gaan.
Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter
een vreugde voor je zijn:
want zoals hij de vliegende pijl liefheeft,
zo mint hij ook de boog die standvastig is.

4 gedachtes over “Kinderen als pijlen, ouders als bogen

  1. Iris zegt:

    Ook mooi uit Amanda Strijdom: ‘die eerste seerkrij’:

    Meisietjies zal grootword en seuntjies sal ook leer
    die dag sal kom dat hul alleen die lewe moet trotseer
    gee hul lampe vir hul voete en ’n kompas vir die pad
    maar berus dat hul in elk geval hul eie koers sal vat

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s