In de hemel aan het aanrecht

Elke week gaat mijn collega H op maandagavond naar haar schrijfcursus in Amsterdam en elke dinsdagmiddag verhaalt ze enthousiast over haar belevenissen en nieuwe schrijfsels. Ik hang aan haar lippen als het om de schrijfoefeningen gaat. Deze week kreeg ze de opdracht om eerst een gebruiksvoorwerp tot in detail te beschrijven, om vervolgens heel beeldend over een tafereel met dit voorwerp te verhalen. Ook ik ging afgelopen woensdag naar de eerste bijeenkomst van een cursus: Intuïtieve ontwikkeling. Dat lijkt iets heel anders dan een schrijfcursus, en dat is het ook. Ik visualiseerde een lijntje naar het middelpunt van de aarde om te gronden en vloeibare ledematen om te ontspannen. De oefeningen halen me uit mijn hoofd en brengen me in mijn hart.

Vanmorgen kon ik voor het eerst in heel lange tijd uitslapen. Om negen uur werd ik wakker. Luisterde even naar het nieuws op de radio en stond toen opgewekt op. Trok mijn sportieve kleding aan voor een ochtendwandeling, want ook dat had ik al heel lang niet meer gedaan. Drie kwartier later sta ik in de keuken wat gedachteloos (goed teken in het kader van mijn cursus ;-)) mijn ontbijt te maken. Ik heb zin in een kop babykoffie en twee beschuiten met muisjes en besluit die intuïtie te volgen.

Als ik het keukenkastje opendoe, zie ik dat het roestvrijstalen botervlootje leeg is. Het botervlootje is een aankoop die in euro’s de moeite niet was, toch bleek het een hele queeste voor mijn lief en mij om hem te bemachtigen. We wisten precies wat we wilden, toch konden we het lange tijd niet vinden. In deze eeuw vragen blijkbaar weinig mensen naar zo’n glimmend, eenvoudig doch stijlvol vlootje. Maar goed, ik pak hem uit de kast en doe tegelijkertijd de grote witte koelkastdeur open. Pak helemaal bovenin een aangebroken pakje roomboter en verwijder het beschermende papiertje. De boter is romig, zachtgeel en een beetje hard. Ik duw mijn mes stevig tegen de boter aan, slechts een beetje boter werkt mee aan mijn wens. Ineens breekt een herinnering uit mijn hart en haast zich naar mijn hoofd.

Ik ben terug in de jaren tachtig. Toen ik nog snel van school naar huis liep of fietste om te gaan lunchen. Mijn moeder had tijgerbrood gehaald bij bakker Steevens. Met zo’n superzachte wollige binnenkant en zo’n knapperig krakend licht- en donkerbruin korstje. Zo’n korstje dat veel meer doet denken aan een sierlijke giraf dan aan een woeste tijger. De boter in het botervlootje was romig, zachtgeel en een beetje hard. Een magnetron hadden we nog niet. En was ook niet nodig. Mijn moeder had een kaasschaaf.

We stonden met zijn tweeën aan het aanrecht. Mijn moeder duwde de elegante zilverkleurige kaasschaaf zachtjes tegen de boter aan en zo schaafde ze zachte, sierlijke roomboterkrullen. We legden ze dakpansgewijs op onze sneetjes tijger en deelden het allerlekkerste stuk van het brood -het kontje.

Dan pure hagelslag over de witte dakpannetjes.

Mond open en de ogen dicht.

Ik ben terug in de hemel aan het aanrecht.

Advertenties

Een gedachte over “In de hemel aan het aanrecht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s