Sleepless in New York

Als we een uurtje vliegen van New York zijn, maakt ons vliegtuig een scherpe bocht naar rechts. Ik veronderstel dat we verder naar het noorden dan naar het oosten waren gevlogen en dat we nu meer zuidelijk gaan vliegen om te kunnen landen. Even later hoor ik de captain zeggen dat de bocht een U-turn is, dat we dus omkeren en in Detroit zullen landen. Het weer in New York is zo slecht dat alle vliegvelden daar gesloten zijn.

Het kost weinig moeite voor ons om deze reiswijziging te accepteren als een gegeven. Vroeger of later komen we wel in New York. Dat is anders voor veel medereizigers, die nog moeten overstappen op andere, vaak internationale, vluchten. De stresslevels schieten af en toe tot ongezonde hoogten en wij bekijken een en ander vol verwondering. Het is bijzonder om te zien hoe de captain zelf achter de balie staat om uit te leggen wat er staat te gebeuren, waar we afhankelijk van zijn en welke besluiten er uiteindelijk worden genomen en waarom.

Om zes uur arriveren we in Detroit. Uiteindelijk stijgen we daar om negen uur weer op. Dat maakt dat we een wonderschone zonsondergang zien. En waar mijn eerdere ervaring om in het donker te vliegen niet zo’n fijne was (alleen een trans-Atlantische vlucht naar huis, dus donker-donkerder-donkerst, zien we de wereld nu langzaamaan oplichten als een Kerstboom. Prachtig dus!

Klokslag tien uur landen we op JFK. Het grappige van zo’n vertraging is, net zoals dat gaat bij toestanden in Nederlandse treinen, dat we ineens in gesprek zijn geraakt met medepassagiers. Mijn buren blijken een Londens echtpaar met drie pubers te zijn, die net zoals wij een rondreis door de Verenigde Staten maken.

Na een wildwesttocht met een Nigeriaanse taxi-chauffeur staat anderhalf uur na onze New York-landing zo’n vriendelijk knauwende New Yorkse receptionist ons te woord. Hij geeft ons de sleutels voor onze knusse 18-hoge kamer (ongeveer het formaat van de keuken in Las Vegas). We halen snel een wokhapje in de enige take-away die nog open is om twaalf uur en vallen daarna in een diepe en verdiende slaap.

Vanmorgen ben ik vroeg wakker, zes uur. Korte nacht dus, maar ik voel me wel uitgeslapen. Uiteindelijk gaan we om een uur of negen op weg. We moeten er even inkomen. Ons hotel is Midtown en we willen vandaag Downtown doen. Het is toch warmer dan we inschatten, Grote Zoon heeft volgens mij al snel spijt van zijn lange broek. En als we -na een half uur in de rij te hebben gestaan- in de Big Bus stappen, zo’n open dubbeldekker, heb ik er spijt van geen zonnebrand te hebben gesmeerd of meegenomen.

De totale tour met de bus duurt ongeveer tweeëneenhalf uur. We mogen uitstappen waar we willen en er ook -twee dagen lang- weer opstappen waar en wanneer we maar willen. We stappen uit bij Halte Empire State Building. Natúúrlijk gaan we daar naar boven. Voor mij geldt in ieder geval dat ik daar naar boven wil, omdat Kleine Zoons tweede naam voortkomt uit een film die daar is opgenomen (Sleepless in Seattle).

We schuifelen van rij naar rij, er komt geen einde aan. Amerikanen zijn héél goed in crowd management, met van die -ik noem ze maar zo- rodeloperbanden, die ervoor zorgen dat iedereen als het druk is keurig in de rij blijft staan, maar als het niet druk is je allerlei onzinnige bochten moet maken. Maar goed, twee uur (!) later, staan we op de 86e verdieping. Mooi hoor, maar ik moet eerlijk zeggen dat de Euromast vorig jaar meer indruk op me maakte.

De bus weer in, richting het uiterst zuidelijke puntje van Manna Hata. Dit is de oorspronkelijke Indiaanse naam van Manhattan en betekent Eiland van vele heuvels. Eerst langs het indrukwekkende 9/11 Memorial. Daarna nemen we de voorlaatste boot naar het Vrijheidsbeeld en Ellis Island. We gaan niet van de boot af, hebben er geen zin in wéér aan te sluiten in de zoveelste rij in dit land, waarin je vervolgens werkelijk als een soort van minder volk heen en weer wordt geslingerd door mensen met te grote petten op hun hoofd. 

Overigens word je tegenwoordig bij elke attractie ook gecheckt alsof je een potentiële terrorist bent. Begrijpelijk na wat er sinds 2001 allemaal in de wereld gebeurt, maar ook een beetje dubbel. Ik had vandaag mijn Swiss Army Knife per ongeluk in mijn rugzak laten zitten, en bij de check door zo’n röntgenapparaat werd ie  dus onderschept. Ik moest hem inleveren tot we weer vertrokken uit het Empire State Building. Bij de veerboot-check legde ik hem al keurig apart in de bak die met mijn persoonlijke spullen door de check ging. Roepen er drie securities tegelijk: There is a knife! En vervolgens mag ik hem gewoon meenemen. Curieus volk, die Amerikanen.

De weg terug naar het hotel is lang, maar hilarisch. Aan Big Bus-gids en échte New Yorker Berny is een geweldige stand-upcomedian verloren gegaan, die het niet nalaat zijn stadsgenoten flink op de hak te nemen. Hij adviseert ons te gaan eten in een heuse Deli, Majestic. Daarna kunnen we er weer even tegen. Los van de busreis toch weer een dikke 10 kilometer gelopen vandaag, bij dertigplus. Om elf uur schuiven we het bedje in, niet bepaald Sleepless in New York.

Advertenties

Een gedachte over “Sleepless in New York

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s