The elements of Nantasket Beach

Het is zeven uur in de ochtend en het is verbazingwekkend hoe hoog de zon al staat. En hoeveel drukte al gaande is op het strand vóór mij. Ik zit op m’n balkon, twee hoog. De surfers zijn niet op één hand te tellen (ook niet op twee trouwens), de meeuwen hebben hun ontbijt al op, net zoals een soort van zwaluwwulpjes, de eerste hardlopers staan al te douchen en zijn al opgevolgd door de tweede ronde. Er zitten oude dametjes met dekens en bekers koffie op te warmen en de nodige hondjes worden uitgelaten.

Ik ben blij dat ik de moeite heb genomen om vóór zonsopgang op te staan. In Spanje doe ik dat ook wel vaker en steeds weer geniet ik daar enorm van. Net zoals thuis overigens, al staan daar best wat huizen in de weg voor een adembenemende komst van de zon. Maar hier is het toch even van een andere orde. 

Tussen ons hotel en het brede fijne zandstrand ligt een weg. Eén waar gisteravond best wat verkeer over heen reed. Ik zag mijn ideale avond in dit beachresort een beetje in rook opgaan. Ik zag mijzelf namelijk al helemaal liggen in m’n bed, balkondeur open, airco uit en alleen de zachtklotsende oceaan als romantische achtergrondmuziek. Dat liep even anders.

Niet dat ik last had van het verkeer vannacht hoor. Integendeel. De stroom met auto’s was toch vooral forensenverkeer gebleken en toen het donker was die opgedroogd. Toen dacht ik dat er, zoals dat in Spanje ’s morgens vroeg gebeurt, het strand werd opgeruimd en gladgetrokken door een tractor. Niets van dat alles. Geen mens of apparaat te zien en een kabaal van jewelste. De oceaan beukte, klotste en raasde als een bulderend boos zeemonster. Zo klonk het in ieder geval. Toen ik naar buiten keek, bleken het slechts lief rollende golven. Wat een herrie!
Maar goed, die herrie zorgde er dus voor dat ik niet alleen voor de zon, maar ook vóór de wekker wakker was. Snel m’n rok, fleecevest en slippers aangeschoten en naar beneden. Met fototoestel natuurlijk. Zo ver ik kon kijken waren er nog maar twee andere zonsopgangloeghebbers. Daar hou ik van, als het zo stil en eenzaam is. 

Het mooie van het strand hier is dat het zand heel fijn is, en het strand zelf heel breed. Na de vloed van vannacht zijn er wat kwelders en lagunes ontstaan. De vogels doen zich er tegoed aan krabben en schelpdieren. Het geeft wonderschone beelden op mijn netvlies en camera. En weer zie ik van die enorme schelpen. In eerste instantie loop ik door na de eerste. Dan bedenk ik me en loop terug. Nú neem ik ze mee, maar ze hoeven niet allemaal mee naar huis. 

Van de uiteindelijke stapel van vandaag neem ik drie grote parelmoeren mosselschelpen mee, de rest leg ik op het boulevardmuurtje. En tussen het vinden en loslaten maak ik er stillevens van. Die zó mooi zijn, dat een zeemeeuw mij nieuwsgierig staat te bekijken. Later zie ik dat zijn nieuwsgierigheid meer praktisch van aard was; als hij de achtergebleven schelpen één voor één vastpakt met zijn snavel om zeker te zijn dat er echt geen voedsel meer in zit.

De stillevens brengen me in hier en nu. Alleen de zon, de zee en het zand zijn mijn gezelschap. De meeuwen de stille toekijkers. De zachte lijnen van de gebrokenwitte schelpen sluiten naadloos aan bij de vloeiende bewegingen van de golven en het het zand. De donkere mosselschelpen laten zien dat alles een keerzijde heeft. Waar lícht is, is donker. En waar zandkorrels de aarde vertegenwoordigen, zijn er achtergebleven veren als symbool voor lucht. Waar het water is, is overduidelijk. En het vuur? Dat brandt zachtjes in mij.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s