Eeuwige sterrenhemels met ijsvogels

Afgelopen zomer ben ik op twee bijzondere plekken geweest, waar normaalgesproken een met sterren bezaaide hemel te zien is. Als het niet bewolkt is. En helaas was dat het wel toen ik er was. Maar vanmorgen, als een onverwacht cadeautje, is de hemel om half zeven kraakhelderdonker, op de talloze sterren na. Ik oh en ah dan ook de eerste passen, met mijn hoofd in mijn nek.

De wind is stevig en koud, en doet me na de ochtendwandeling besluiten nog even terug te keren in mijn warme bed. De slaap kan ik niet meer vatten. Te bezorgd dat ik langer slaap dan mij lief is. Vanmiddag komt de verwarmingsmonteur met zo’n ruime planning dat ik de hele middag so wie so al binnen zal doorbrengen. Dus vanmorgen wil ik m’n dagelijkse frisse neus halen.

Ik rijd al zestien jaar op of langs de snelweg, waarnaast een heus natuurreservaat blijkt te liggen. Een gebied met net zoveel afwisseling als de elementen en de seizoenen in de natuur. Langs pas gemaaide akkers met bloemenrand en wuivende weiden vol grazende koeien loop ik in de richting van het beukenbos, dat me het directe zicht op de Rijn ontneemt. Datis waar ik naartoe wil, naar de uiterwaarden. Zover kom ik dus niet, want een streng bordje ‘Natuurreservaat, verboden toegang’ houdt me tegen.

Ik loop terug omhoog het bos in en loop over een soort van stuwwal langs de Nederrijn, tot ik bij een weergaloos uitzichtpunt kom. Er staat nog net geen wandelaarsfile, maar er zijn genoeg andere mensen om te komen tot het besluit om door te lopen. Roodborstjes keuren mijn beslissing luidruchtig goed. Ik loop een sprookjesachtig kronkelpad tot ik een hekje zie en open. Ineens sta ik in drassig grasland. Pinken kijken me nieuwsgierig na en één van hen loopt brutalig achter me aan.

Na een tijdje keer ik om en zie alsnog een pad richting het water. Ik sla het in en word blij verrast door de uitzichten na elke bocht. De fuchsiaroze springbalsemien is over haar hoogtepunt heen, maar weet toch nog te stralen tegen de helblauwe lucht. De grijsgroene wilgenblaadjes lijken een weelderige stralenkrans om zich heen te hebben. Ineens blaft Knoet: ‘Water! Ik wil erin, met een stok én snel!’ 

Op weg terug naar de auto zie ik een zilverreiger doodstil in het water staan. Een plaatje! Dan hoor ik plots een schril vogelgeluid. Twee oranjeblauwe vogeltjes scheren achter de struiken langs. Wauw! Twee ijsvogels. Natuurlijk zoek ik later thuis naar de symboliek van de ijsvogels. Ze staan voor voorspoed, zonneschijn, loyaliteit en doelgerichtheid. Voor schoonheid en zuiverheid. Voor flamboyance, kleurrijkheid en scherpzinnigheid. Allemaal mooi , en ongetwijfeld allemaal waar, maar het mooist vind ik toch wel de eigenschap dat een ijsvogelpaar, net zoals kraanvogels en zwanen, zijn leven lang samenblijft.

.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s