Betoverend dauwtrappen

De kraanvogelervaring bij zonsondergang was onverwacht anders, maar sterkt mij in het voornemen om naar de uitzichttoren te gaan bij zonsopgang. Manlief blijft in bed. Omdat het lekker is om uit te slapen op zondagochtend als je een hele week hard hebt gewerkt, en volgens mij ook omdat hij het me gunt om er alleen heen te gaan.

Ik adem witte wolkjes als ik het golfhotel uit stap en moet voor het eerst dit najaar ruiten krabben. Over drie kwartier komt de zon op, de dageraad gloort al helderblauw in het oosten. Ik rijd stilletjes weg, langs geelgewaasde, gemaaide maisakkers links en bijna fluoriserende lijnzaadbloemen rechts. Koeien kijken verbaasd. Met Mozart in mijn oren is het betoverend mooi.

Als ik even later rechtsaf sla, de Moordamm weer op, vind ik het best spannend. Stel dat ik de enige ben die drie kilometer ver het veengebied in rijd, en er is daar een engerd. Snel schakel ik van angst terug naar vertrouwen. Iets wat me steeds beter lukt. Mijn angst blijkt even later ongegrond. Er staan vier campers op de parkeerplaats. Er hebben dus zelfs mensen overnacht in het veen. Ik beklim de toren, vier verdiepingen hoog.

Ik rits mijn winterjas tot mijn neus dicht. Het is koud. In het oosten is het helder met mistflarden. Nog een minuut of twintig voor het leven weer losbarst. De schaapsherder rijdt in een oud busje het veld in, komt zijn kudde even checken. In het westen is het mysterieus grijs en bouwen mistwolken zich zoetjesaan op tot een dikke muur. In de verte zijn duizenden ganzen en kraanvogels al wakker, maar nog niet helemaal klaar voor een nieuwe vlucht.

Om 7.51 uur, een moment na zonsopgang, rolt er een grijsgrommend geluid uit het noordoosten omhoog. Een tel later is de grom ook zichtbaar: een grijszwarte golf, die naarmate hij dichterbij komt uiteenvalt in honderden, duizenden gakkende ganzen. Fotocamera’s klikken alsof een beroemdheid in het vizier van paparazzi komt. Ik loop snel de trap weer af, en sla af richting rondweg.

Weer ben ik alleen. Ik stap het bedauwde hoge gras door, loop af en toe spijtig tegen zilveren draden aan die ’s nachts door spinnen gewoven zijn. Ik loop hetzelfde rondje als gisteren, en toch is het weer heel anders. Dan komen de kraanvogels in de verte over. Weer dat omcirkelende en dragende gegak, dat van alle kanten lijkt te komen. Als zwarte puntjes zie ik ze vliegen richting hun bestemming van vandaag.

Op het uitstrekte puntje van de rondweg staat een boomstammenbankje, waar ik in stilte op ga zitten. Het geluid van de kraanvogels sterft langzaam weg. Dan hoor ik er nog twee, op afstand links van mij. Ze naderen mijn plekje. Ik tuur naar boven en wacht rustig tot ze overvliegen. Ik glimlach. Kraanvogelparen blijven hun leven lang bij elkaar. Ik sta op en loop rustig naar de auto. Ik rijd over wegen omarmd door herfstige eikenbomen terug naar het hotel, wetend dat daar mijn wederhelft op mij wacht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s