Be careful what you wish for

Proloog

Sinds een flink aantal dagen hangt de lente in onze buurt en in Knoets neus. Om het nader te verklaren: ik hoor weer met grote regelmaat katers lange uithalen naar elkaar miauwen, bij voorkeur ’s nachts. Maar ook overdag. Zoals je misschien wel -of niet, dan nu- weet, heb ik twee je-weet-wel-poezen. Een van hen is desondanks een enorme, ik heb er geen ander woord voor, sloerie. En als de dagen langer worden, hangen twee katers continu om ons huis, in de hoop de aandacht van onze Guusje te trekken.

Vanmorgen …

… loop ik opgewonden naar buiten. Er is gisteravond nog flink wat sneeuw gevallen en ik verheug me enorm op de stukken van mijn route waar ik de eerste zal zijn om nieuwe voetstappen te zetten. Knoet vindt het ook heerlijk. Ze huppelt van links naar rechts op de stoep, staart in de wind en neus op de grond. Niet veel later realiseer ik me dat ze dat niet doet vanwege de sneeuw, maar vanwege de katers in onze buurt.

Als ik bij het zenpad aankom, laat ik Knoet los. Het is én losloopgebied én ik loop weg van waar de katers en poezen zich ophouden. Bovendien loopt ze daar wel vaker los. Ze trekt, zoals ook wel vaker, een sprintje. Waar ze normaalgesproken stopt, holt ze nu vrolijk verder. En verder. En verder. Gelukkig heeft ze bruine vlekken in haar vacht, en kan ik haar op die manier in het oog houden. Vooral haar oren, die ook bruin zijn, zien er grappig uit. Ze flappen. Als ik haar bijna niet meer zie, zo ver weg, ga ik op mijn hurken zitten. Als ze me ziet, is dat meestal wel een reden om heel hard terug te komen rennen. En dat is wat ze doet.

Ik kan aan haar koppie zien hoeveel plezier ze erin heeft. De verse sneeuw is wel een centimeter of tien hoog. Dat betekent dat haar pootjes er nagenoeg helemaal in verdwijnen. Zo hard mogelijk rent ze weer bij me vandaan. Dan zie ik haar, een eind verderop, door het gat in de afrastering naar het hazen-weiland schieten. Sh*t.

Ik loop even stevig door naar het gat, maar tegen de tijd dat ik er ben, is zij natuurlijk al een heel eind verder het weiland in gehold. De molshopen van gisteren zijn nu volledig wit. Aha, denk ik, dat was natuurlijk haar plan. Eens even goed snuffelen daar. Gerustgesteld wacht ik haar op. Ik vermoed dat ze na een hoop of tien wel terug zal keren.

Ze snuffelt van de ene naar de andere hoop, steeds verder van me af. Ik mijmer over mijn vertrouwen in haar dat heel wat groter is geworden sinds haar eerste weilandtournee. De bruine vlekken worden ondertussen steeds moeilijker zichtbaar. Ze loopt verder weg, en het getuur naar het grote wit maakt mij soort van sneeuwblind.

Dan ontwaar ik een donkere vlek. Hoge poten, lange oren. Een haas! Oeps. Hij begint te rennen. Een tel later zie ik ook mijn bruine vlekken weer. In de achtervolging. Ik moet lachen. De haas kan echt veel harder door zijn langere poten, maar Knoet laat het er niet bij zitten en doet haar best. Als een soort van fretje lijkt ze zich hobbelend voort te bewegen door de sneeuw. Dan realiseer ik me: Ze gaat wel heel ver ineens.

Ik heb ooit geleerd dat je rustig moet blijven wachten tot een hond weer terugkeert. Maar na een minuut of tien, denk ik, vind ik het wel mooi geweest. Ik zet mijn voet in het gaaswerk en klim over de prikkeldraad. Ik was toch op zoek naar maagdelijke besneeuwde stukken? Be careful what you wish for 😂!

Advertenties

3 gedachtes over “Be careful what you wish for

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s