Deinen naar de eindeloze zee

Woensdagochtend, klokslag zeven. Er komen oude herinneringen boven. Heel oude. Van naderhand in een auto met beslagen ramen krentenbollen halen bij de bakker in een naburig dorp. Van kleine ruimten waarin het passen en meten is. Van rillen aan de kant. Van wachten, eindeloos wachten tot ik aan de beurt ben. En dan waag ik de sprong …

Ik ga helemaal kopje onder en kom proestend boven. De badmeester klinkt streng: ‘We gaan nu een minuut watertrappelen!’ ‘We?!, denk ik, ‘Hoezo we, jij staat lekker aan de kant!’ De minuut duurt eeuwen, ik tel verwoed mee op de trappel van mijn voeten. Dan mag ik horizontaal. Ik spreid mijn armen en daarna mijn benen. De gewichtloosheid maakt me blij.

Tien jaar later. Het leven lacht me toe. Op een paar dingen na. Een van die dingen heet ‘soppen’. Het schijnt heel leuk te zijn om andere mensen, met name meisjes, in een zwembad zolang onder water te duwen dat ze naar adem happend en verward weer boven komen. En dan nog een keer onder te duwen. Eigenlijk net zo lang tot ze huilend het water uit stappen. Dat is het moment waarop je dan hartelijk lacht.

Vijfentwintig jaar later. Daar zit ik. Trotse moeder van Grote Zoon. Niet dat ie dan al groot is hoor. Vier jaar is ie. Na jaren baby- en peuterzwemmen eindelijk het echte werk. Er komen herinneringen boven. Van kleine ruimten waarin het passen en meten is. Ik zit te zweten aan de kant. En te wachten, eindeloos te wachten tot hij aan de beurt is. En dan waagt ie de sprong …

Heel wat weken zit ik aan de rand van het zwembad. Eerst met Grote Zoon, en later ook met Kleine Zoon. Gaan we in de weekenden met zijn drieën oefenen. En dan, na het inmiddels derde diploma B, ben ik er klaar mee. Tot een week of tien geleden.

Woensdagochtend, klokslag zeven. Ik stap het water in en ga horizontaal. Ik spreid mijn armen en daarna mijn benen. De gewichtloosheid maakt me blij. Drie baantjes schoolslag en eentje rug. Weer drie baantjes schoolslag en eentje rug. Met elke slag ga ik terug in de tijd. Verder terug. Nog veel verder terug.

Terug naar die warme plek buiten ruimte en tijd. Veilig, warm en rood. Waar ik meedeinde op de hartslag van mijn moeder. Waar ik in liefde geland ben. Dan reis ik veel verder terug. Ik kijk naar het systeemplafond en zie een wereld vol vissen en zeemeerminnen. Ik hoor het klotsen van het water en luister naar hoe de zee ruist in mijn oren. Dan sluit ik voor even mijn ogen en reis terug, naar die eindeloze zee.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s