Als een gouden randje

Iets meer dan zes jaar geleden schrijf ik over haar. In mijn eerste blog om precies te zijn. Mijn hondenvriendin. Mijn wandelmaatje toen Knoet nog niet in mijn leven was.

Nu is ze bejaard. Hoogbejaard. En ze lijkt wel een kat met negen levens. Want al meer dan eens vertelde haar baasje A over hoe ze geschrokken was. Dacht dat Trees dood was, of snel dood zou gaan.

Deze week las ik een treurig bericht op Facebook. Van een dierenarts, die een soort van wanhopige oproep deed aan huisdiereigenaren. Om het huisdier, hond of kat of wat dan ook, niet alleen achter te laten bij de dierenarts, als het tijd is om te gaan. Omdat juist op het moment van heengaan onze huisdieren ons zo nodig hebben.

Dan die lieve Trees, mijn labradorvriendin. Ook vorige week leek het einde van haar leven weer daar. Met antibiotica krabbelt ze nu toch weer op. We weten niet voor hoe lang. Maar zowel zij, als haar baasjes en ik, genieten zolang als het kan. En als haar einde daar is, zijn haar baasjes erbij. Zeker weten. En misschien ik zelfs. Want haar alleen laten gaan, dat is echt onverdraaglijk.

Vandaag was ze wel een middagje alleen thuis. Grote Zoon liet haar vanmiddag uit en aan het begin van de avond was het mijn beurt. Het klinkt als een ongelofelijke wederopstanding, maar het is echt waar; ze maakt heuse vreugdesprongen als blijkt dat Knoet en ik haar mee uit wandelen nemen.

Ze huppelt waarlijk achter Knoet aan, besnuffelt haar zelfs stoer (ze is altijd gepast onder de indruk van kattenkop Knoet) en zou het liefst kopje duikelen als ze dat nog kon. De terugweg gaat iets moeizamer, maar toch lukt het haar nog om over het hekje van het hondenplantsoentje te springen.

We ontmoeten een dertien weken jonge labrador, die nieuwsgierig en verwachtingsvol naar ons kijkt. En ook hier laat Trees me lachen. Ze trekt me naar de jeugd en geeft hem speels een duwtje.

Hijgend legt ze de laatste meters af en als vanouds kijkt ze me keer op keer aan, alsof ze wil zeggen hoe fijn ze het vindt. Thuisgekomen wacht ze ongeduldig op haar brokken en ze schrokt ze met smaak naar binnen, terwijl ik haar op de rug klop om afscheid te nemen.

Niemand heeft het eeuwige leven. Ik niet, en zij ook niet. De kans dat zij er volgende herfst nog is, is klein. Maar vandaag bezorgt ze, ís ze, een gouden randje aan deze dag. En sluit ik haar nu alvast, voor zover nog niet gebeurd was, voor eeuwig en altijd, in mijn hart.

Advertenties

9 gedachtes over “Als een gouden randje

  1. Saar zegt:

    Ik heb nog nooit bij een hond gebleven toen er afscheid genomen moest worden. Ik was te jong of het was ‘mijn’ hond al lang niet meer. Mijn mama en papa hebben dat wel altijd gedaan. Ook bij de katten.
    Voorlopig staat het ook nog niet op onze agenda, afscheid nemen van een van onze honden. Maar met twaalf jaar op de teller van Wolf houden we er wel rekening mee. Misschien leeft hij nog acht jaar, misschien geeft hij het morgen op. Je weet nooit wat de toekomst brengt hè!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s