Nacht van wel duizend sterren

De shortcut van vanmiddag en de overheerlijke pastamaaltijd geven me de energie om het avontuur aan te gaan. Als giebelende schoolmeisjes stuurt de helft van de groep ons op pad en gaan wij energiek op pad.

Een kwartier later vallen we stiller bij de minuut. We hebben ons ingesteld op een koude, winderige avond, met veel laagjes onder onze cape. Maar de zachtheid van de dag laat zich nu nog voelen, op onze blozende wangen en in onze toch best wel klotsende oksels.

Bijna aan de top val ik helemaal stil. Een van mijn reisgenoten is getransformeerd tot een magische Maanpriesteres. Met de kap van haar cape over haar hoofd, drumt en zingt ze me welkom bij de Tor. Samen met de rood invallende avond en de kleine Nieuwe Maansikkel beneemt ze me, meer dan de trap naar de Tor kon doen, de adem.

Er is, op nog even één andere persoon na, niemand anders boven. Als betoverd staan we in de stilte van de invallende avond. In de verte de eerste mistflarden. Als we helemaal alleen zijn, drummen, zingen en fluiten we rechtstreeks uit ons hart. Het kan niet anders dan dat onze muziek, beneden in het stadje klinkt als dat van engelen.

Na het invallen van de duisternis lopen we met behulp van twee kleine lichtjes weer een stuk naar beneden. Niet over de trap, maar langs een pad in het hoge natte gras. Op de plek van bestemming glijden we hand in hand naar de Poort van de Morgens, onder de grote Es.

Het is overwoekerd met brandnetels, die we met onze wandelschoenen manen tot slaap. We leggen onze matjes en dekens neer. Trekken onze jassen en capes nog eens stevig om ons heen en laten ons dan vervoeren door de drum. En de druppels die ritmisch vallen van de Es.

We reizen berg onder de Tor in. Morgen la Fey neemt me mee. Langs vochtige bemoste muren met reliefsymbolen. Ik trek mijn schoenen uit en stap vol vertrouwen in haar zwarte ogen het water in.

In het binnenste van de berg zitten nog acht vrouwelijke kraaisilhouetten, stil te wachten. En als ik op het schapenvel-bedekte bed ga liggen, zetten zij hun capes af en benaderen me aandachtig. Woordenloos vragen ze me wat ze mogen wegpikken. En dan pikken ze. Zacht en lang. Totdat Het verdwenen is.

Ze helen met zachte streken van hun vleugels liefdevol de plek waar eerder hun snavels pikten. Na een tijdje sta ik op, en neemt Morgen la Fey me mee terug, richting uitgang van de grot.

De reis is indrukwekkend, en zet zich voort als we onze ervaringen delen bij de warmte van drie kaarsjes in het natte gras. Stuk voor stuk verhalen van heling en liefde.

En als we teruglopen naar onze B&B, steekt het schoolreisjesmeisjesgevoel de kop weer op. Stoppen we in de mist, om ons om te draaien en in de glooiing van het landschap de machtige Tor te zien staan, onder een hemel van wel duizend sterren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s